Ben je bereid de “Walk of shame” (weg van de schande) te bewandelen?
Tikkun Global
Jeruzalem, Israël

Toen ik onlangs 2 Samuël:15 las, werd ik opnieuw getroffen door het beeld van David die tijdens de opstand van Absalom Jeruzalem verlaat. Hier is de gezalfde koning van Israël, verworpen door zijn eigen volk, die de Kidronvallei oversteekt en de Olijfberg opgaat, huilend, blootsvoets en met bedekt hoofd (2 Samuël 15:23, 30). Het is een krachtig beeld van afwijzing en vernedering, maar wat mij het meest opviel, was Davids reactie.
Toen de priesters de Ark van het Verbond brachten om met hem mee te gaan, zei David dat zij die terug naar Jeruzalem moesten brengen. Hij wist niet wat er zou gebeuren en evenmin of hij ooit zou terugkeren. In plaats daarvan legde hij zichzelf eenvoudigweg in Gods handen: “Als ik genade vind in de ogen van de HEER, zal Hij mij terugbrengen… Maar als Hij zegt: ‘Ik heb geen welgevallen aan u,’ hier ben ik; laat Hij met mij doen wat goed is in Zijn ogen” (2 Samuël 15:25–26). Er is iets opmerkelijks aan zo’n overgave.
Het is natuurlijk moeilijk om deze passage te lezen zonder aan Yeshua te denken. Duizend jaar later stak ook de Zoon van David de Kidronvallei over en ging Hij kort voor Zijn arrestatie naar de Olijfberg (Johannes 18:1; Lukas 22:39). Ook Hij werd afgewezen, verraden, publiekelijk vernederd en uiteindelijk gekruisigd. En temidden hiervan drukte Zijn gebed dezelfde volledige overgave aan de Vader uit: “Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede” (Lukas 22:42).
Maar ik denk niet dat dit patroon eindigt bij David en Yeshua. Yeshua zei duidelijk tegen Zijn discipelen: “Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen” (Johannes 15:20). De eerste gelovigen maakten dit vrijwel onmiddellijk mee. Ze werden bedreigd, geslagen, gevangengezet, verstrooid en in sommige gevallen gedood vanwege hun geloof. De Messias volgen betekende bereid zijn om niet alleen in Zijn overwinning, maar ook in Zijn afwijzing en lijden met Hem vereenzelvigd te worden.
Wanneer we naar de eindtijd kijken, vertelt de Schrift ons dat dit patroon opnieuw zal komen, met nog grotere intensiteit. De profeten beschrijven een tijd waarin de volken zich tegen Jeruzalem zullen verzamelen (Zacharia 12:3; 14:2). Israël zal enorme druk en lijden doorstaan. Tegelijkertijd beschrijft Openbaring vervolging van hen die God trouw blijven en vasthouden aan het getuigenis van Yeshua. De draak voert oorlog tegen hen (Openbaring 12:17), en het beest krijgt toestemming om oorlog te voeren tegen de heiligen (Openbaring 13:7).
Hier moeten we een belangrijk onderscheid maken. Gods toorn is Zijn oordeel over het kwaad; vervolging is de aanval van het kwaad op Gods volk. De Schrift belooft dat wij niet bestemd zijn voor Gods toorn (1 Thessalonicenzen 5:9), maar belooft nergens dat gelovigen gevrijwaard zullen blijven van vervolging. Integendeel, Yeshua bereidde Zijn discipelen erop voor dat zij dit konden verwachten.
Wanneer we over de eindtijd spreken, gaat onze aandacht vanzelf vaak uit naar de overwinning: Yeshua die terugkomt, Israël dat wordt gered, de volken die worden geoordeeld en het Koninkrijk van God dat op aarde wordt gevestigd. En terecht! Dit is onze grote hoop. Maar hoe zit het met de weg die daarheen leidt?
David moest Jeruzalem in vernedering verlaten voordat hij als koning terugkeerde. Yeshua verdroeg afwijzing en het kruis voordat de opstanding kwam. De eerste Ecclesia leerde dat het volgen van Hem ook kon betekenen dat zij in Zijn lijden deelden. En de Schrift bereidt ons voor op een generatie aan het einde van het tijdperk die opnieuw grote druk zal ervaren voor het Hem trouw blijven.
Misschien komt er vóór de uiteindelijke overwinning een “weg van de schande”. Zijn wij daarop voorbereid?
Voorbereid zijn op de terugkeer van Yeshua gaat niet alleen over het begrijpen van profetieën of uitzien naar Zijn Koninkrijk. Het gaat er ook om dat we het soort mensen worden die trouw zullen blijven wanneer het volgen van Hem ons iets kost.
Davids reactie geeft ons een prachtig beeld van hoe dat eruitziet: nederigheid, vertrouwen en volledige overgave aan God, zelfs wanneer we niet weten wat er daarna zal gebeuren.
Zijn wij bereid die weg samen met onze Koning te bewandelen?


