top of page

Het Islamitisch Regime en de God Die Bevrijdt

Tikkun Global

Jerusalem, Israel



In seizoenen van oorlog, wapenstilstand, onderhandelingen en gesprekken over vredesakkoorden vertellen de krantenkoppen wat er gaande is, maar de Schrift helpt ons te onderscheiden wat de ontwikkeling zou kunnen zijn. De politiek kan aanvoelen als een roller coaster, maar gelovigen zijn geroepen het hoofd op te heffen. Ons vertrouwen is niet in politieke onstuimigheid, maar in Degene wiens autoriteit groter is dan welke regering dan ook. Een bijbels beeld voor dit moment is de Farao die geconfronteerd werd door Mozes in Exodus.


Zoals de heersers van het Islamitisch regime vandaag was Farao meer dan een politiek leider. Hij heerste over een rijk waarin politieke macht en geestelijke arrogantie verstrengeld waren. Egypte verzette zich niet eenvoudig tegen Israël. Farao verzette zich tegen het gebod van de levende God: “Laat Mijn volk gaan” (Exodus 5:1). Zijn antwoord openbaarde zijn hart: “Wie is YHWH, dat ik aan Zijn stem zou gehoorzamen?” (Exodus 5:2). Dit was geestelijke rebellie. Farao wandelde in een demonisch patroon van trots, overheersing en tegenstand tegen God. Datzelfde patroon kan zich weer voordoen als leiders zichzelf verhogen, hun volk onderdrukken, naties bedreigen en weigeren toe te geven.


De geschiedenis van Exodus laat een herhaald patroon zien: druk, concessie, opluchting en dan een verhard hart. Farao leek soms bereid te luisteren. Hij onderhandelde, vroeg Mozes te pleiten bij YHWH, en offerde gedeeltelijk. Maar als de druk toenam, veranderde hij van koers. “Het hart van Farao is hard: hij weigert het volk te laten gaan” (Exodus 7:14). Farao’s houding kon van moment tot moment veranderen, maar de diepere aandrijving bleef: controle, overheersing en weigering zich over te geven. Op dezelfde manier kan het Iraanse regime van tactiek veranderen, van taal of gedrag, maar niemand zou dat ten onrechte gebruiken voor een verandering in de diepe visie van overheersing. Een pauze in een conflict is niet hetzelfde als het eind van onderdrukking. Farao liet Israël gaan, maar zijn hart was niet veranderd. Later vroegen hij en zijn dienaren: “Wat hebben wij gedaan, dat we Israël hebben laten gaan en zij ons niet meer dienen?” (Exodus 14:5). Toen haalde hij zijn strijdwagens bij elkaar en ging hen achterna.


Farao had Israël vrijgelaten onder druk, maar toen de druk veranderde, ging hij achter het volk aan dat God had bevrijd. De Rode Zee werd de plaats waar zijn trots het liet afweten. Egypte verdween niet uit de geschiedenis die dag, maar de kracht die tegen Gods volk kwam werd gebroken. Het rijk dat onaantastbaar scheen ontdekte dat geen leider, leger, ideologie, of religieus systeem staande houdt tegen de God van Israël. Mozes zei tegen het volk: “YHWH zal voor jullie strijden en jullie zullen je vrede bewaren” (Exodus 14:14).


Met dat patroon in gedachten doet het onderscheid ertoe als we vandaag naar Iran kijken. Dit gaat niet over de Perzische mensen die God liefheeft. Perzië is ook waar God Cyrus gebruikte en Zijn volk bewaarde door Esther. Veel Iraniërs hebben geleden onder juist dat systeem dat anderen bedreigt. Het punt is niet een volk, maar een regime dat zijn burgers onderdrukt heeft, Israël bedreigt, de V.S., en het Westen en angst verspreidt door wapens en proxy strijdkrachten. Dat is waarom we niet alleen bidden voor een verdrag dat dit regime de macht laat houden. We bidden in geloof vol vertrouwen dat het regime instort, zodat het Iraanse volk vrij kan zijn en de Heer Yeshua ontmoeten. Als het uiteenvalt, dan zal het Irans proxies verzwakken in Libanon, Gaza, Jemen en andere naties die lijden onder de invloed ervan. Moge God valse vrede blootstellen, het kwaad bedwingen en de structuur van terreur en onderdrukking neerhalen.


Ik geloof dat we dat dit Farao -achtige patroon zich zien ontvouwen. Ik beweer niet dat ik de tijd van ieder detail weet. Maar Exodus herinnert ons eraan dat het demonische patroon van trots en overheersing niet voor eeuwig kan heersen. De politieke roller coaster is reëel, maar het is niet ons kompas. Rijken komen op, dreigen, onderhandelen, bluffen en woeden. Maar de God van Abraham, Isaac en Jakob-Israël blijft Heer over de volken. En als Hij zegt: “Laat Mijn volk gaan,” is er geen Farao die het laatste woord heeft.

bottom of page